Geert de Wolf, een gruwelsprookje


Er was eens een boze witte wolf die luisterde naar de naam Geert, Geert de Wolf. Op een dag klopte hij aan bij de familie Schaap.
‘Wie daar?’
‘Doe open,’ riep hij. ‘Ik ben het Geert de Wolf, ik vreet jullie allemaal op.’
 ‘Zie maar dat je ons krijgt,’ riepen de schapen. ‘Jij komt er bij ons niet in!’
De aanhouder wint, dacht Geert en opnieuw klopte hij aan, iets harder nu.
‘Doe open, stinkschapen!’ schreeuwde hij.
Dit keer gaven de schapen niet eens antwoord. De wolf zou vanzelf wel weggaan, maar dan kenden ze Geert nog niet. Voor de derde keer klopte hij aan. Maar ook nu kwam er geen reactie.
Geert de Wolf vroeg zich af wat hij al die tijd fout deed. Ik ben te boos, besloot hij, dat schrikt af, ik moet me wat milder opstellen.
Opnieuw klopte hij aan en zei met een poeslief stemmetje: ‘Wat een leuk huisje hebben jullie, mag ik het eens van binnen bekijken?’
‘Nee,’ klonk vanachter de dichte deur. ‘Jij bent misschien niet boos meer, maar nog wel een wolf, en wolven eten schapen, wegwezen!’
Zo gauw gaf Geert de Wolf zich niet gewonnen. Opnieuw vroeg hij poeslief of hij even mocht binnenkomen, heel even maar: ‘Ik weet, ik ben een wolf en jullie zijn schapen, maar jullie hoeven echt niet meer bang te zijn, ik ben sinds kort halvatariër geworden, ik eet alleen nog maar kip.’
De deur ging een klein eindje open, Geert deed een stapje naar voren, maar net voor hij naar binnen kon glippen werd de deur voor zijn neus dichtgegooid.
Geert droop af naar huis, maar kwam even later terug, gekleed in schaapskleren.
‘Wie daar?’
‘Ik ben het Veronica het Schaap,’ zei Geert.
‘Je klinkt anders precies zoals Geert de Wolf.’
‘Dat is de stem van mijn oude ik, een boze witte wolf, maar ik was eigenlijk altijd al een heel lief schaapje, helaas geboren in een verkeerd lichaam. Mag ik dan nu eindelijk binnenkomen, ik ben er een van jullie.’
De deur zwaaide open, Geert de Wolf wierp zijn schaapskleding af, stormde het huis binnen en scheurde de complete familie Schaap aan stukken.