Sloffen


Ik wist zeker dat ik ze niet had weggegooid, de sloffen van mijn moeder, maar kon ze nergens meer vinden. ‘Je hebt zeker weer met je neus gekeken,’ ik hoorde het haar zeggen.
Ik zocht de sloffen omdat ik in een ervan haar kerkmissaal had gedaan, een gebedenboek dat ik nodig heb voor de roman waaraan ik momenteel schrijf: Zien wat van gisteren overbleef.
Ik had het zoeken allang opgegeven toen ik de sloffen vond, in een doos waarin ik al had gekeken, met mijn neus, precies wat mijn moeder dacht.
Behalve het missaal Ave Maria! Gebedenboek voor Rooms-katholieken verrijkt met een schone keus van godvruchtige Oefeningen en gebeden, trof ik in de sloffen ook de leren handschoenen aan die mijn moeder droeg als ze naar de kerk ging.
Bij het verdelen van de spullen bleven de door haar zelf gebreide sloffen die mijn moeders voeten tot aan haar dood warm hielden, staan.
Iemand belangstelling? Tja, wat moet je ermee?
Niks. Bewaren, kwijtraken en weer terugvinden, even vasthouden en mijn moeders voeten erin terugdenken.