oktober 2013

Het verhaal achter... Aflevering 33: De man in de wolken

De man in de wolken

Het begon allemaal met een uitzending van Tussen Kunst & Kitsch, ruim twintig jaar geleden. Een mevrouw zette een antieke klok op tafel, en begon er enthousiast over te vertellen. Dat de klok een deurtje had waarachter ze voor haar kleinkinderen altijd snoep verstopte. En dat de kleinkinderen op hun beurt lieve-oma-briefjes in de klok stopten. En dat ze natuurlijk met de klok mochten spelen, als ze maar voorzichtig deden. En natuurlijk deden ze voorzichtig. Ze hielden toch van oma, en oma hield van de klok.
De klokkendeskundige van Tussen Kunst & Kitsch maakte de naam bekend van de klokkenmaker en stelde de ouderdom van de klok vast. Het was een heel oude, zeldzaam antieke klok. ‘Tja, en nu wilt u vast weten hoeveel geld uw klok waard is?’
De deskundige voerde de spanning op en noemde na een lange pauze een astronomisch hoog bedrag. De camera zoomde in op het verschrikte gezicht van de vrouw. Haar klok? Zoveel geld waard? Had ze het maar nooit gevraagd. Het was haar klok niet meer. Nu moest ze hem gaan verzekeren en neerzetten op een plek waar hij vanaf de straat niet langer te zien was en ze moest er goed op letten haar kostbare klok voortaan buiten bereik van de kleinkinderen houden.

Een paar dagen daarna was ik op vakantie in Deinze, nabij Gent en maakte ik een aantekening in mijn opschrijfboekje. Ik ging een verhaal schrijven over de vrouw en haar klok, en Annette moest er een prentenboek van maken.
Van de vrouw maakte ik een man en van de klok een schilderij en ik deelde het nog te schrijven verhaal op in vijf opeenvolgende gebeurtenissen, vergelijkbaar met de vijf bedrijven van het klassieke toneel, van expositie (man is gelukkig met schilderij) via de catastrofe (man vernietigt schilderij) tot de afwikkeling (man ziet vanuit raam landschap als op schilderij).
Voorlopig bleef het bij deze eerste aantekeningen, ik had de komende tijd mijn handen vol aan een kinderboek, Het raadsel van de rode draad, en een boek voor volwassenen, Kunst met Peren.

Een paar jaar later was ik in Schotland, in Duntulm een dorpje ter grootte van een klompje huizen, een kasteelruïne en een verlaten schoolgebouw. De ideale plek om te schrijven. Ik was er behalve met Annette en zoon Thijs, met vriend Harrie Jekkers om te werken aan een nieuwe cabaretvoorstelling.
Thijs speelde met lego en Annette werkte aan Is hier de Himalaya? Ons allereerste prentenboek.
Ik vertelde Harrie over de man en de schilderij, ons volgende prentenboek. Hij vond het een geweldig verhaal en zag er een lang verhalend lied in voor zijn voorstelling, een beetje zoals Ballade van de Dood. Zouden we dat niet samen kunnen gaan schrijven, dat hoeft een prentenboek toch niet in de weg te zitten.

We gingen aan de slag en de man en zijn schilderij kreeg een huis op een berg en een bijnaam: de man in de wolken, wat meteen de titel van het lied werd, op muziek gezet door Ton Scherpenzeel.

Weer een paar jaar later volgde ik in Utrecht een Toneelschrijfcursus voor kinderboekenauteurs. De cursus bestond uit een serie lessen, uitmondend in het schrijven van een eenakter die door studenten van het HKU zou worden opgevoerd.
Ik had niet meteen een idee, tot ik bladerend in oude opschrijfboekjes de aantekeningen tegenkwam die ik op vakantie in Deinze had gemaakt over een nog te schrijven prentenboekenverhaal in vijf bedrijven. Zou dat geen goed verhaal zijn voor mijn eenakter?
En zo kwam De man in de wolken, die begon als een vrouw met een klok op tv, via een lied op cd, als eenacter tot leven in het theater.

Met een grote hink-stap-sprong vooruit in de tijd beland ik in 2006, het jaar waarin ik met Annette van Leopold was overgestapt op uitgeverij Lemniscaat.
De vuurtoren was ons gezamenlijk debuut bij Lemniscaat en we maakten  plannen om eindelijk, eindelijk van De man in de wolken een prentenboek te maken.
Annette en ik gingen op hoogtestage in Zwitserland, in een huis van vrienden in Blatten, kanton Wallis
We hebben heel veel gewandeld, goed om ons heen gekeken en foto’s gemaakt. Annette heeft zitten schetsen en ik heb een beginnetje gemaakt aan de tekst.
Ik had natuurlijk het verhalende lied op rijm wat Harrie en ik destijds in Duntulm hadden geschreven, kunnen handhaven, dan was ik meteen klaar geweest, maar ik dat heb ik met opzet niet gedaan.
Een lied in het theater komt maar één keer langs, dan moet alles op het eerste gehoor meteen duidelijk zijn. Voor een tekst in een boek kun je als lezer de tijd nemen, dan hoeft niet alles zo overduidelijk benoemd te zijn. Liever niet zelfs. Er mag wel wat te raden over blijven.
Op zoek naar nieuwe woorden dus, met behoud van de goeie uit het lied zoals de omschrijving van het landschap op het schilderij: Het was een landschap zo mooi, zo schitterend leeg, zo moest het geweest zijn toen de wereld begon. Je kon zien hoe alles een kleur en een vorm kreeg in het licht van een opgaande zon.

Eén zin heb ik aan Blatten overgehouden: De berg stond er altijd al, de man kwam pas later, veel later.
Na een tweede bezoek aan Blatten, een jaar later, is Annette is met de foto’s en schetsen binnen handbereik gaan tekenen en toen ze klaar was en ik mocht kijken, was ik enthousiast. Maar niet enthousiast genoeg, vond ze. Zelf was ze blij met het resultaat, maar niet blij genoeg, vond ik. Laten we maar eens horen wat de uitgever ervan vond. Hij vond het goed, maar niet goed genoeg, vonden we. Het moest beter.
Annette heeft de illustraties weer mee teruggenomen en is helemaal opnieuw begonnen. Ze kwam erachter wat er mis was. Het was iets te Zwitsers geworden, een tikkeltje te Heidi. Ze moest het landschap naar haar hand zetten, er haar landschap van maken en dat heeft ze gedaan.

Zondag 31 januari 2010 hebben we het boek feestelijk gepresenteerd in de Kunstsalon, in Utrecht, de galerie waar Annette haar vrije werk verkoopt.
De man in de wolken lag na zoveel jaar eindelijk in de winkel.
Dankzij het thema van de Kinderboekenweek van dat jaar, Beeldtaal in boeken, kwam De man in de wolken op de lijst met kerntitels terecht, wat direct een tweede druk opleverde. 
Het boek kreeg mooie recensies en werd genomineerd voor de Vlaamse kinder- en jeugdjury 2010/2011.
In 2012 verscheen de Amerikaanse editie van het boek: The man in the clouds.
Het kreeg mooie recensies, waaronder in Kirkus review:
Written in the style of a traditional tale, this very readable story is richly amplified by Fienieg's soft watercolors, from the invitingly skewed lines of the house tot the forboding shadows that reflect the man's darkening mood. A lovely parable for our times from an acclaimed Dutch husband/wife team.
De man in the clouds werd bekroond met de Gelett Burgess Award 2012 in de categorie Society & Culture.

De man in de wolken, Lemniscaat 2010
Het boek is te koop in de betere boekwinkel of (met handtekening) hier te bestellen.
Dit was aflevering 33 van de serie Het verhaal achter…
Volgende aflevering: Het regent zonlicht
 

Het verhaal achter... Aflevering 32: Verdriet is drie sokken

Verdriet is drie sokken

Toen de CPNB in november 2008 bekend maakte dat poëzie het thema van de eerstvolgende Kinderboekenweek zou worden, vond ik dat een mooie aanleiding mijn gedichten te bundelen.
Ik maakte een document aan en begon onder de titel Mooie woorden met het verzamelen van gedichten die ik in de loop der jaren had geschreven, in tijdschriften en verzamelbundels, maar ook voor een aantal deeltjes in de serie Leesleeuw van Zwijsen.
Ik rubriceerde mijn verzamelde gedichten vervolgens in vijf afdelingen: taal, liefde, dood, nacht en nonsens, bepaalde welke gedichten ik wel en welke ik niet wilde opnemen en gaf ze te lezen aan mijn Geleerde Broer Aad. Miste hij nog iets?
Nee, hij miste niets, hij was het eens met mijn keuze en indeling, maar raadde mij aan een aantal zwakke gedichten te vervangen voor nieuw te schrijven verzen.
Het erge aan mijn broer is dat hij (bijna )altijd gelijk heeft en dus sneuvelde bijvoorbeeld dit gedicht:

Zeeland 
Eerst was er de zee.
Toen pas kwam het land
met de duinen en het strand.

Het land schreef in een brief:
‘Zee, ik vind je lief.
Wil je met me trouwen?’

Aan de hand van de kritiek van mijn broer stelde ik een nieuwe keuze samen, schrapte de afdeling nonsense, voegde wat nieuwe gedichten toe, veranderde de titel van Mooie woorden in Geluk is van glas en stuurde het resultaat naar Lemniscaat die liet weten de bundel graag te willen uitgeven.
Ook het plan om Thijs Borsten te vragen een aantal gedichten op muziek te zetten en een cd aan het boek toe te voegen, viel in goede aarde.
Als titel gaf Lemniscaat echter de voorkeur aan Verdriet is drie sokken. Dat een van mijn Leesleeuwtjes ook die titel had, was geen bezwaar. Annette kon gaan tekenen en Thijs kon muziek gaan maken en alvast gaan nadenken wie hij de liedjes wilde laten zingen.
Thijs wilde heel graag een mannen- en een vrouwenstem. De zanger was snel gevonden, dat werd Harrie Jekkers. Als zangeres stelde Thijs Mathilde Santing en Fay Lovsky voor, de laatste is het geworden.

In september 2008 werd het boek op Manuscripta gepresenteerd en mede dankzij het thema van de Kinderboekenweek deed de bundel het goed, ook al omdat de CPNB Verdriet is drie sokken had geselecteerd als kerntitel. Het leverde meteen een tweede druk op. Inmiddels zijn er ruim zesduizend exemplaren verkocht. Niet slecht voor een dichtbundel.

Verdriet is drie sokken kreeg mooie recensies, op die in de Volkskrant na (‘Teleurstellende bundel vol zwijmelrijm.’):

‘Meinderts (…) excelleert als altijd in melancholieke gedichten. (…) Het mooist zijn het lied-achtige Wit was de maan (…) en de bewerking van een Jiddisch volksliedje over een moeder die haar zoon niet laat gaan.’  (NRC, 28 augustus 2008).
‘Er valt in deze bundel heel wat te genieten, zoals bij het tere gedichtje In spring (…). Het boek heeft het fraaie uiterlijk gekregen van Annette Fienieg.’ (Friesch Dagblad, oktober 2008)
‘Even noemenswaardig is de voortreffelijke cd (…) met verrassend knappe arrangementen van Thijs Borsten.’ (De Groene Amsterdammer, 3 oktober 2008)

De gedichten in Verdriet is drie sokken zijn niet onopgemerkt gebleven. Regelmatig krijg ik het verzoek om een gedicht te mogen opnemen in een verzamelbundel. 
Zo vroeg uitgeverij Plint Ik schrijf ze op op poster te mogen uitbrengen en vroegen Hans en Monique Hagen onlangs nog toestemming Herfst en Mooie woorden op te nemen in de door hen samengestelde poëziebundel Ik zoek een woord.
Het gedicht In spring, een welkomstliedje voor een pasgeboren kind, heeft inmiddels al op drie geboortekaartjes gestaan en de eerste strofe van Een boot door de nacht is gebruikt voor de letterpaaltjes in de taalspeeltuin in Spangen. Het lied Binnenstebuitenspelen, genomineerd voor de WillemWilminkprijs voor het beste kinderlied 2010,  is opgenomen op de cd Op elke steiger klinkt een lied en het titelgedicht heeft een aantal mensen geïnspireerd om een filmpje te maken waaronder een versie in gebarentaal.

Verdriet is drie sokken, boek en cd, Lemniscaat 2008
Het boek is te koop in de betere (kinder)boekwinkel of, met handtekening  hier te bestellen.
Dit was aflevering 32 van de serie Het verhaal achter…
Volgende aflevering:  De man in de wolken
 

Het verhaal achter...Aflevering 31: Ballade van de Dood

Ballade van de dood

De oerversie van Ballade van de Dood (Lemniscaat 2008) stond in Mooi meegenomen (Ploegsma 1983),  waarin een oma het verhaal vertelt aan haar kleinzoon, als antwoord op zijn vraag:
‘Waarom gaan de mensen eigenlijk dood? Waarom blijf je niet voor altijd leven?’ (pag. 71)
Twee jaar later, in 1985 legden Harrie Jekkers en ik de laatste hand aan Roltrap naar de maan, een LP met kinderliedjes gespeeld en gezongen door Klein Orkest.
Elf liedjes hadden we, er kon nog wel een liedje bij en ik stelde voor om mijn verhaal van de Dood uit Mooi Meegenomen op rijm te zetten.
En terwijl Annette in de kamer ernaast bezig was met de illustratie voor op de hoes, sloegen Harrie en ik aan het dichten, in heroic couplets:

Er was eens een koning, machtig en groot,
die had slechts één vijand en dat was de Dood.
Waarom moest de Dood toch zijn leven bederven,
Waarom was hij zo bang, zo bang om te sterven.

Leon Smit, toetsenist van Klein Orkest, maakte een middeleeuws klinkende melodie op de tekst met veel klavecimbel erin, waarna het lied onder de titel Ballade van de Dood een prominente plaats kreeg op de LP Roltrap naar de maan: het openingsnummer van de B-kant.

Ballade van de Dood bleek ook een tekst die het in het theater goed deed. In 1988 nam Harrie het lied op in zijn eerste soloprogramma: Twee keer drie kwartier, en ruim tien jaar later sloten Harrie en ik onze eerste, en enige gezamenlijke cabaretvoorstelling, Jekkers & Koos, het verhaal achter de liedjes ermee af.
Ook theatergoep Fact/Inc. Els vond de ballade een mooi eind voor Remember Me, een voorstelling over ouder worden. Zij vroegen en kregen toestemming onze tekst te gebruiken in het seizoen 2001/2002.
En bij het verschijnen van het prentenboek in 2008 las ik het verhaal voor in de kinderboekenweekvoorstelling Mooie woorden van Trapperdetrap.

In gedrukte vorm verscheen de berijmde versie van Ballade van de Dood voor het eerst in De kinderverslinder (Ploegsma 1993), een boek dat achter mijn rug tot stand kwam,  dankzij broer Aad ‘fan van het allereerste uur’, vriendin Annette en vriend Harrie, ter gelegenheid van mijn veertigste verjaardag.
Zeven jaar later verscheen de ballade voor de tweede keer in druk, nu in Leve het nijlpaard!, (De Harmonie 2000) een bundeling van alle kinderliedjes die Harrie en ik tot dan toe hadden geschreven.
Alle goeie dingen komen in drieën en de derde keer dat Ballade van de Dood in druk verscheen was in 2008, als prentenboek met illustraties van de Zuid-Afrikaanse illustrator Piet Grobler.
Overigens had Piet Grobler jaren geleden al op uitnodiging van Lemniscaat het verhaal van Harrie Jekkers en mij geïllustreerd.  De collageachtige illustraties die hij toen maakte werden door de uitgever te somber bevonden, de uitgave ging niet door. Dat gebeurde pas toen Piet Grobler jaren later nieuwe illustraties inleverde. Die boden voldoende lichtheid als tegenwicht voor het zware onderwerp van ons verhaal.
Het boek is dubbel bekroond, Harrie en ik kregen een Zilveren Griffel voor de tekst en Piet Grobler een Vlag en Wimpel voor de illustraties.
De Zilveren Griffel leverde in 2009 een tweede druk op en mocht er een derde druk komen overweegt Lemniscaat het boek uit te brengen onder een andere titel: Ballade van het eeuwige leven, dat klinkt net iets vriendelijker en doen ouders net iets makkelijker cadeau.

Ballade van de Dood is inmiddels uitgezworven over de wereld. Het boek is  vertaald in het Duits, Italiaans, Zweeds, Deens, Spaans en Chinees. De Zuid-Afrikaanse vertaling is in de maak.

Ballade van de Dood, Lemniscaat 2008
Te koop in de betere (kinder)boekwinkel, of hier te bestellen.

Dit was aflevering 31 van de serie Het verhaal achter…
Vollgende aflevering: Verdriet is drie sokken

Kinderboekenweek 2013: Lezen & Laven

Ik sluit mijn Kinderboekenweek af in gezelschap van Annette in boekhandel Jansen & De Feijter in Velp.  Het is haar enige kinderboekenweekactiviteit. Annette heeft geen juffenbloed, liever sluit ze zich op in haar atelier.
Ik vind het leuk als ze, zoals vandaag, een uitzondering maakt en met me mee op pad gaat. Het maakt de heen- en terugreis minder  eenzaam en kinderen vinden het prachtig om haar op een flapover een cowboy of koningin  te zien tekenen.
Jansen & De Feijter  is onlangs verbouwd,  er is een muziekafdeling en een horecagedeelte met tuin bij gekomen, op de plek waar voorheen de ramsj werd opgeslagen. Nu kunnen de klanten achter een kop koffie of een glas wijn op hun gemak een boek lezen. Lezen & Laven heet het extra gedeelte en wordt ook gebruikt voor culturele activiteiten, als lezingen en muziek- of theateroptredens.
Eigenaar Walter Jansen legt uit: ‘We hebben de verbouwing gefinancierd door middel van crowdfunding.  Tweederde van het totaal, zo’n zestigduizend euro is opgebracht door onze vaste klanten.’
Er zijn weinig kinderen op ons afgekomen en dus treden we niet op in Leven & Laven voor, maar in de winkel, ter hoogte van de kunstboeken waarboven twee citaten staan. Eén van Rutger Kopland: Wie wat vindt heeft slecht gezocht, en één van Pablo Picasso: Ik zoek niks, ik vind.
We beginnen voor drie kinderen, gaande weg worden het er acht, wat ouders en een belangstellende meneer die in de stoel plaatsneemt waarin eerder die middag antiquair Marco van Kampen zat. Bij hem konden klanten hun oude (kinder)boeken laten zien en beoordelen.
Zoals meestal begin ik met Mooie woorden uit Verdriet is drie sokken, waarna ik een liedje zing als opmaat naar De liedjesalmanak, ons nieuwste boek met oude en nieuwe herfst- en winterliedjes. Annette vraagt de kinderen waaraan ze denken bij de herfst, dan gaat zij het tekenen. Er verschijnen blaadjes, paddenstoelen, kastanjes, een pompoen, een appel en een eekhoorn op de flapover.
Samen zingen we Herfst, herfst wat heb je te koop, een liedje dat de kinderen kennen en meteen met ons meezingen. Daarna zingen we een nieuw liedje:

Appels, appels.
Appels in de appelboom,
appels voor mijn appeloom,
appels voor mijn tante
op haar wollen wanten
Appels, appels.
Appels in het appelhok,
appels op mijn moeders rok
en op oma’s wangen.
Wie kan er hier goed vangen?

Na een klein uurtje merken we dat de aandacht gaat verslappen.  Walter  bedankt ons allebei met een mooie bos herfstbloemen, waarna we nog wat boeken signeren. Tijdens het signeren vraagt Olivia of Annette een pandabeer wil tekenen, dan gaat ze die ophangen in de klas.
‘Ik zit in de groep bij de Panda’s en ik heb er pas ook een spreekbeurt over gehouden.’
Als we bij de deur afscheid nemen verontschuldigt Walter zich nogmaals voor de lage opkomst. Hij zou in de toekomst graag weer een groot Kinderboekenfeest willen geven. ‘Vroeger gebeurde dat hier met een soort Stuif es in. Maar ja daar heb je meerdere partijen voor nodig. In ons eentje trekken we dat niet. De bibliotheek is een voor de hand liggende partner, maar de bibliotheek heeft het met de bezuinigingen tegenwoordig jammergenoeg heel moeilijk. Nu ja, het is even niet anders.’
 

Kinderboekenweek 2013: Ben jij gelukkig?

Het is vandaag collega’s-groeten-collega’s-dag. Op Utrecht Centraal ontmoet ik Marcel van Driel. Hij is op weg naar Zandvoort waar hij met een groep kleuters gaat line-dancen ter promotie van Billy de Kip, een prentenboek dat hij schreef met Jeroen Schipper. Jort van der Jagt maakte de tekeningen.
Marcel vertelt dat het boek het moeilijk heeft: ‘Het is een verhaal in de traditie van Tom & Jerry en dat is wennen. Nogal wat juffen en moeders  hebben er moeite mee, ze vinden het te gewelddadig. En de donkere illustraties van Jort beantwoorden ook niet aan wat er van een prentenboek voor de kleintjes wordt verwacht.’
Ikzelf ben op weg naar Jenaplanschool Visser ’t Hooft in Amsterdam-Osdorp, waar ik hartelijk word verwelkomd door Floris en Stern. Stern is Stern Nijland en behalve juf is zij ook schrijver/illustrator van o.a. Koning & Koning en Mevrouw Dientje en het leverworstmysterie.
‘Ik werk vier dagen per week op school, de rest van de tijd zit ik in mijn atelier. Van alleen illustreren kan ik niet rondkomen.  Mijn werk is ook niet wat je noemt commercieel en uitgeverijen nemen steeds minder risico, spelen steeds vaker op safe. Maar ach, omdat ik er niet van afhankelijk ben, hoef ik ook geen concessies te doen.’
Haar verhaal doet me denken aan het interview dat Harrie Geelen twee weken geleden vertelde op de radio in het programma Brands met boeken. Geelen zei voor het geld bij Toonder Studio’s te werken. Daarmee kocht hij vrijheid voor zijn echte werk.

Twee grote groepen doe ik deze dag, te beginnen met de ‘kleintjes’, de kinderen van de groepen 3, 4 en 5.  Terwijl zij plaatsnemen op de bankjes, sta ik verdekt opgesteld te wachten tot Floris me op het podium roept. Hij doet dat met het zingen van een variant op het weeksluitingsliedje van de school. Hij slaat het eerste akkoord aan op zijn gitaar en de kinderen brullen uit volle borst:

Kom binnen, beste Koos
We gaan de week nu sluiten
Ga zitten allemaal
Niemand blijft er buiten
Straks is er iemand
Die iets voor ons doet
Dus wacht maar af
En luister goed

De Kinderboekenweek loopt op zijn einde, dit is dag tien, de vermoeidheid slaat toe, maar als de kinderen me met applaus begroeten, krijg ik weer nieuwe energie en  neem ik me voor het applaus te gaan verdienen. Met meer inzet dan anders vertel ik,  lees ik voor en geef ik ze een liedje terug. 
Het tweede optreden -want dat is het, een optreden, ‘Cabaret voor kinderen’, zegt Floris na afloop-,  voor de groepen 6, 7 en 8, is zo mogelijk nog leuker. Wat een verschil met gisteren!
Ik praat nog wat na met Stern en Floris en stap dan op tram 17. Bij station Lelylaan staat er op de muur gekalkt: Ben jij gelukkig?
Ja, vandaag wel!

Kinderboekenweek 2013: Kievit is de beste

Ik zit in de koffieruimte van de Kievitsschool in Wassenaar als er een juf binnenkomt. Ze steekt haar hand uit en begroet me met:
‘Joost! Joost Reinders!’
Daar ben je nu dertig jaar schrijver voor… om je naam zo verhaspeld te horen.
‘Twee keer fout,’ antwoord ik.
‘Joop?’ gokt de juf.
‘Drie keer fout,’ zeg ik. ‘Het is Koos Meinderts.’
‘O nou, ja,’ zegt de juf.
Wat betekent het dat ze mijn naam niet kent; dat mijn bezoek aan de school nauwelijks is voorbereid?
Ik vrees met grote vreze.
Als het tijd is voor mijn eerste voorleesbeurt voor de groepen 5 en 6, steek ik het schoolplein over naar het gymnastieklokaal, een nieuw opgetrokken gebouw achter de oude school die me doet denken aan een lied van Willem Wilmink:  ‘Ach zou die school er nog wel zijn…’
De Kievietschool ligt in een buurt waarvoor de term lommerrijk lijkt uitgevonden. De kinderen die de school bevolken zijn schone, witte kinderen, goed in de kleren, een wereld van verschil met de Haagse kinderen van De Koos Meindertsschool of de Vliermeent  voor wie ik eerder deze Kinderboekenweek heb voorgelezen.
De eerste groep zit al klaar. Een meisje spreekt mij aan.
‘Mijn paard heet ook Koos,’ zegt ze.
Ze kent in ieder geval mijn naam.
De rest van de kinderen komt binnen en ik kan beginnen. Zoals ik vreesde is mijn bezoek niet goed voorbereid. Goed, een juf is begonnen aan Keizer en de verhalenvader en een meester heeft een verhaal uit Het grote boek van Kuik en Vark voorgelezen en heeft het filmpje van De vuurtoren laten zien, maar het is erg minimaal allemaal.
Ik draag uit mijn hoofd Mooie woorden voor en vertel over het thema van de Kinderboekenweek, sport en spel, en dat ik als kind heel graag beroepsvoetballer wilde worden.
‘Zijn er hier ook kinderen die later beroepsvoetballer willen worden?’
Geen reactie.
‘Zit er iemand hier op voetbal?’
Er worden geen vingers opgestoken.
‘Jullie doen toch wel aan sport?’
Jazeker, doen ze aan sport. Aan hockey, rugby en golf.
Twee groepen doe ik vandaag, de midden en bovenbouw. Om twaalf uur sta ik voor Auberge De Kievit te wachten op de bus die me naar Den Haag Centraal brengt.
Ik denk aan de kinderen van de laatste groep aan wie ik voorlas. Een aantal meisjes had grote zakken knikkers bij zich. Het is knikkertijd, vertelden ze me en ze lieten me hun knikkers zien.
Het spelletje is hetzelfde gebleven, de namen van de knikkers zijn anders. Wij hadden ukkie en olkers. De kinderen van nu: lava’tjes en big mama’s.
Ik moet ook denken aan wat ik vanuit het koffiekamertje in krijt op de muur geschreven zag staan, bij de deur naar de speelplaats: ‘Kieviet blijft de beste. Haat aan middelbare.’
 

Kinderboekenweek 2013: Groep 8

Ik heb boeken voor alle leeftijden en kan dus in principe de groepen 1 tot en met 8 bezoeken.  Voorlezen aan kinderen in groep  1 en 2 doe ik bijna nooit, mijn ervaring is dat je voor hen een meneer bent, een soort leuke oom,  die zo aardig is om in de kring een boek voor te lezen, erover te vertellen en de plaatjes te laten zien. Dat je ook de schrijver van het boek bent, daar kunnen ze zich geen enkele voorstelling van maken. Hoeft ook niet, net zo min als het nodig is dat de schrijver voor de kleintjes zelf zijn boek voorleest. Dat kan de juf (of de zeldzame meester) net zo goed, zo niet beter.
Mijn favoriete groepen om over mijn werk te vertellen zijn de groepen 4 en 5, misschien ook omdat de hoofdpersonen van mijn realistische kinderboeken veelal de leeftijd hebben van kinderen uit de middenbouw, zo’n jaar of acht.
Kinderen van die leeftijd durven zich over het algemeen nog helemaal te geven, zijn bereid om in je fantasieën mee te gaan, zonder alles meteen stom te vinden, een enkel poëzieloos exemplaar daargelaten.
Groepen achters lees ik ook zelden voor. Bij kinderen van elf jaar heeft de schaamte vaak al toegeslagen, ze houden elkaar goed in de gaten en willen ten koste van bijna alles niet uit de toon vallen. Het is vaak een heel gevecht om een groep 8 mee te krijgen voor je verhalen.
Vandaag is alles anders, ik ben op bezoek op OBS De Klimophoeve in Bleiswijk, een kassengebied in de buurt van Zoetermeer. Collega schrijfster Mieke van Hooft doet de onderbouw, ik de bovenbouw en dus ook groep 8.
Het is de laatste groep die ochtend en is meteen het fijnste bezoek. Ik vertel van mijn mislukte voetbalcarrière, lees een drietal voetbalgedichten voor en kom dan te praten over mijn prentenboeken. Niet die voor de kleintjes, maar die voor oudere kinderen: De vuurtoren, Ballade van de Dood en de Man in de wolken. De klas mag kiezen welk boek ik ga voorlezen.
Het wordt De Vuurtoren. De reden is heel simpel. In de klas staat een miniatuurversie van de vuurtoren van Texel, het Waddeneilanden waar de klas aanstaande maandag naar op werkweek gaat.
Ik begin te lezen en naarmate het verhaal vordert wordt het mooi stil in de klas. Ik zie de kinderen een voor een zich verliezen in het verhaal over een oma die haar kleinzoon opvoedt tot op een dag, als oma de weg kwijtraakt,  de rollen zijn omgekeerd en Jonas oma bij de hand neemt.
Ik vertel ze van het filmpje dat Thijs Borsten van het verhaal heeft gemaakt en op YouTube heeft gezet. De tijd is beperkt, maar er is nog gelegenheid voor het stellen vragen. En dat is weer het voordeel van een bezoek aan een groep 8. De vragen gaan ergens over en geven mij volop de gelegenheid over mijn vak te vertellen: schrijven. Ik vertel hen dat een verhaal verzinnen maar het halve werk is, en dat niet eens, dat het bij schrijven gaat om hoe je het verhaal vertelt, welke woorden en zinnen een schrijver gebruikt  om zijn verhaal te vertellen. ‘Neem nou De Vuurtoren,  een verhaal van niks, dat in een paar zinnen is te vertellen.  Ik heb geprobeerd om het verhaal een mooi ritme te geven, met zinnen die terugkeren, als het refrein van het lied.’
De kinderen van OBS De Klimophoeve konden geen betere ambassadeurs zijn voor groep 8. Mocht Schrijvers School en Samenleving, de organisatie die het contact tussen de schrijvers en de school regelt, mij binnenkort opnieuw vragen voor te lezen voor een groep achters, dan heb je dik kans dat ik zonder aarzelen ja zal zeggen.
Het laatste beetje twijfel aan hun betrokkenheid wordt weggenomen als twee jongens van groep 8 na afloop bij me langskomen op de boekenmarkt in de hal van de school. Of het goed is als ze bij de weeksluiting een gedicht van mij mogen voordragen.
Mission completed.
 

Kinderboekenweek 2013: Zestig is het nieuwe vijftig

‘Hoe oud bent u?’
Het is naast ‘wat is uw lievelingseten’ en ‘heeft u huisdieren’ een van die veelvuldig terugkerende vragen.
Vandaag wordt ze gesteld aan het eind van de middag, door een leerling van groep 6 van OBS Rubenshof in Oosterhout, de vierde en laatste groep waar ik vandaag vertel en voorlees.
‘Zestig,’ antwoord ik.
‘O, oké,’ reageert de jongen die de vraag heeft gesteld.
‘Ho, wacht,’  zeg ik. ‘Dat gaan we anders doen.’
De jongen kijkt me niet begrijpend aan en dan leg ik uit: ‘jij vraagt opnieuw hoe oud ik ben. Ik antwoord: zestig, en dan zeg jij: goh, dat zou je ook niet zeggen, u ziet er veel jonger uit.’
De jongen speelt het spel overtuigend mee. De rest van de klas ziet er ook de lol van.

Tja, ik ben zestig, maar ik ontken het graag. Zestig is het nieuwe vijftig. Maar het valt niet te ontkennen, de jaren gaan tellen.
Nog geen tien jaar geleden draaide ik mijn hand er niet voor om om vijf groepen per dag te ‘doen’. Nu hou ik het op drie en bij hoge uitzondering, zoals vandaag,  op vier groepen.
Na drie groepen slaat de moeheid toe, zowel mentaal als fysiek. Ik maak het mezelf ook niet gemakkelijk. In tegenstelling tot veel van mijn collega’s die de kinderen aan het werk zetten, ben ik veel zelf aan het woord. En in plaats van rustig te gaan zitten, geef ik er de voorkeur aan te gaan staan en te lopen. En daar krijg je moeie benen van, zeker als je net als ik, nog een zaalvoetbalwedstijd van de avond ervoor in de benen hebt. 7-6 gewonnen, in de laatste minuut.
Bij de laatste groep maak ik dan ook tegen mijn gewoonte in gebruik van de stoel die juf Hella voor me heeft klaargezet. Ik wil beginnen als één van de kinderen me haar taalboek laat zien.
‘Er staat een verhaal van u in,’ zegt ze.
Het is een hoofdstuk uit Keizer en de verhalenvader. Ik wijk van mijn programma af en besluit het verhaal uit de taalmethode voor te lezen waarin Keizer een pasfoto van zichzelf wil maken in een fotohokje die je weleens op stations ziet. Per ongeluk drukt hij op het verkeerde knopje en dan rolt er een foto uit ter grootte van een ansichtkaart, waarop Keizers hoofd geprojecteerd staat in een veld vol tulpen met als onderschrift: Groeten uit Holland.
Ik vertel vervolgens over mijn vader die model heeft gestaan voor de vader van Keizer en aansluitend zing ik De Leugenaar, een ode aan de fantasie in het algemeen en aan mijn vader in het bijzonder:

Mijn vader zegt dat ie geen moeder heeft, hij is gevonden op de maan
Twee astronauten zagen hem daar op zijn handen staan.
Hij is mee teruggevlogen en in de achtertuin geland.
Mijn moeder werd meteen verliefd, dus hij bleef in Nederland

Het lied, het openingsnummer de cd van Roltrap naar de maan, is al bijna 30 jaar oud, maar nog steeds zijn er kinderen die het kennen. Vandaag ook.  Het uur vliegt om en als ik een kleine dertig handtekeningen heb gezet, word ik naar de interliner gebracht.
Goed, het was een zwaar dagje, maar als je dan toch vier groepen doet, dan op een school als De Rubenshof. Mijn komst was over het algemeen goed voorbereid en de juffen waren minstens zo enthousiast als de kinderen. Vanavond vroeg naar bed, want morgen heb ik met mijn stomme kop afgesproken om maar liefst vijf groepen te bezoeken. Goed, hooguit een half uurtje per groep, maar toch: veel te veel voor een ouwe man van zestig.

Kinderboekenweek 2013: Een kort dagje

In afwachting van mijn bezoek aan CBS De Rank in Meerkerk twittert meester Klaas Joost:

Ma. 7 okt. Psalm 30:3 en Lied 285:1. Schrijver Koos Meinderts komt om de kinderboekenweek te promoten. Koos schrijft o.a voor Harry Jekkers.

Een uur later zing ik voor een groep van tachtig leerlingen:

Leve het nijlpaard, wat een schitterend dier
Dik lui en lelijk ligt het in de rivier
Je hoort het nooit klagen, het nijlpaard heeft stijl
Het ligt alle dagen met zijn kont in de Nijl.

Dat is andere koek dan psalm 30 vers 3 (Geeft lof den Heer, die eeuwig leeft/Zijn vlekkeloze heiligheid) of lied 285 vers 1:

Geef vrede, Heer, geef vrede,
de wereld wil slechts strijd.
Al wordt het recht beleden,
de sterkste wint het pleit.
Het onrecht heerst op aarde,
de leugen triomfeert,
ontluistert elke waarde,
o red ons sterke Heer.

Een bijna lege bus 81 brengt me van Utrecht naar Meerkerk. In Kanaleneiland- Zuid valt mijn oog op een reclamebord: Baby-dump. Goeie naam voor een kinderdagverblijf. Ik noteer de naam in mijn opschrijfboekje. Je weet maar nooit.
De chauffeur kan nog steeds genieten van de busrit, zeker nu het zulk prachtig nazomerweer is: ‘In het voorjaar dacht ik nog, dat wordt niks dit jaar, het kwam maar niet op gang, maar uiteindelijk hebben we niks te klagen gehad. Mooi hoe snel de natuur zich herstelt. Het is een wonderlijk iets.’
Als we De Lek overrijden, roept hij bewonderend naar achteren: ‘Moet je zien hoe het er bij ligt, glad als een spiegel.’
Ik moet denken aan De Lek van Jan Boerstoel, een hartverscheurend lied dat hij schreef voor Kinderen voor Kinderen, toen de teksten nog ergens over mochten gaan en op kwaliteit werden getoetst. Het is te mooi om niet in zijn geheel te citeren:

Vroeger, vorig jaar nog, ging ik met m’n vader
Samen dikwijls fietsen langs de Lek
Over hele smalle dijken, waar je altijd uit moest kijken
Want er reden ook wel auto's en die scheurden als een gek
En soms zaten wij te rusten op een hek
Zo met achter ons de koeien en voor onze neus de schepen
En we zeiden niets omdat we dan elkaar zo goed begrepen
En mijn vader nam zo af en toe een trek
Want mijn vader rookte altijd zware shag
Later, vorig jaar nog, is mijn vader ziek geworden
dat kwam nogal onverwacht
Veertien dagen thuis gebleven, maar hij bleef maar overgeven
Dus toen hebben ze hem toch maar naar het ziekenhuis gebracht
En daar bleek het stukken erger dan ie dacht

Eerst heeft hij nog op een zaaltje met drie anderen gelegen
Maar al gauw heeft hij een kamer voor zichzelf alleen gekregen
En die ziekte kreeg hem steeds meer in zijn macht
Net zolang totdat hij dood ging op een nacht

Bijna elke dag nog moet ik aan mijn vader denken
En dan tel ik gauw tot tien
Ik doe mijn best me in te houwen en mijn tranen weg te douwen
Want ik vind het kinderachtig als ze me verdrietig zien
Maar vaak merk ik al bij zeven dat ik grien

En mijn moeder die dan ziet hoe ik mijn neus weer zit te snuiten
Zegt: probeer het nou eens jongen, ga wat leuks doen, ga naar buiten
Op de fiets een keertje naar de Lek misschien
Maar die wil ik van mijn leven niet meer zien...   

Precies op tijd kom ik aan op De Rank. Ik ben gevraagd twee keer een half uur te vertellen en voor te lezen. Eigenlijk te kort, maar gezien de grootte van de groepen, zo’n 70 kinderen bijeengepakt in één klaslokaal, ook weer niet. Voor de kinderen van de groep 3, 4 en 5 lees ik voor uit Meneer Hoedjes vangt een vis. De kinderen van de bovenbouw krijgen De vuurtoren te horen. Geen gemakkelijk verhaal, vindt na afloop ook een van de leerkrachten van De Rank: ‘Kinderen ontbreekt het aan levenswijsheid om het verhaal - een mooi verhaal, begrijp me goed-  goed te begrijpen.’
Ik vind het niet zo erg als kinderen mijn verhaal niet helemaal begrijpen, of anders begrijpen dan volwassenen doen. 
Ik raad de leerkracht aan de kinderen het verhaal nog eens te laten horen en wijs hem op het filmpje dat Thijs Borsten van De Vuurtoren heeft gemaakt en op YouTube heeft gezet.
Een uurtje later sta ik op de bus terug te wachten. Na de drukke dag gisteren in Rotterdam, heb ik geen bezwaar tegen een kort dagje. Rond twaalf uur ben ik weer thuis en haal ik Annette over om in de stad een terrasje te pikken.  Proost, op de Kinderboekenweek!

Kinderboekenweek 2013: En de winnaar is.... Omar Abdelkarim

Halverwege het Groot Rotterdams Kinderdictee vraag ik de deelnemers of ze al een hekel aan me hebben.
Het valt mee, terwijl ik het ze toch niet gemakkelijk heb gemaakt met woorden als: dolenthousiast, stadionspeakers, catacombe, arbitrale trio en competitiewedstrijd.
Het is voor het eerst dat het Rotterdams Kinderdictee wordt georganiseerd. Mij is gevraagd het te schrijven. Ik kan bogen op enige ervaring. Een paar jaar geleden schreef ik het Haags Multicultureel Dictee en heb bij latere edities het Haags dictee voorgelezen.
De ruim twintig deelnemers, allen leerlingen van groep zeven, zijn winnaars van de voorronde, een minstens zo pittig dictee, afgenomen in de klas, en vertegenwoordigen hun school.
De finale is op de zesde etage van de Centrale Bibliotheek en is een oase van rust, vergeleken met de herrie op de benedenverdieping waar balgoochelaar Soufiane Touzani na zijn demonstratie door honderden kinderen onder de voet wordt gelopen. De beveiliging moet eraan te pas komen om hem te ontzetten en de kinderen netjes in een rij op te stellen voor een handtekening.
Het thema van de Kinderboekenweek is Spel & Sport en dat zullen we weten ook. Er zijn door de hele bibliotheek heen workshops acrobatiek en jongleren. Er wordt gehoelahoept en er worden moeilijke trucjes gedaan met ballen knotsen.
Het woord komt er enigszins bekaaid af. Ik lees voor op de jeugdafdeling, officieel voor kinderen vanaf zes jaar, maar de kinderen die met hun ouders op het voorlezen zijn afgekomen zijn bijna allemaal een stuk jonger.
Ik besluit wat versjes voor te lezen uit Leve het nijlpaard!  Die zijn kort, niet al te moeilijk te begrijpen en leunen op de lach. Aan poëtische verhalen als De vuurtoren en De man in de wolken waag ik me niet. 
Om half vier worden de winnaars van het dictee bekend gemaakt door juryvoorzitter Gert Staal, directeur van de bibliotheek. Er zijn vier nummers 3. Ze nemen plaats op het ereschavot, waarna Staal vertelt dat de nummers  1 en 2 nauwelijks voor elkaar onderdoen.
Beide kinderen hebben maar vier fouten gemaakt. Het verschil blijkt hem in het detail te zitten. De winnaar heeft één keer vaker de aanhalingstekens openen en sluiten op de juiste plek gezet. Wat je noemt een close finish.
Presentatrice Evita de Roode vraagt het publiek de spanning op te voeren door met de voeten te stampen. Gert Staal wacht even en roept dan Omar Abdelkarim van de Emmausschool uit tot de allereerste winnaar van het Groot Rotterdams Kinderdictee.
Als prijs krijgt hij een beker, een cheque van vijftig euro voor een educatieve game en een gesigneerd Feyenoord-shirt. Alle handtekeningen van de spelers van Feyenoord staan erop. 'Ook die van Pelle?' roept een jongetje uit het publiek? Ja, ook die van Pelle.
Beduusd neemt Omar het applaus in ontvangst en laat zich door zijn trotse moeder beklapzoenen.
‘Omar is heel goed in taal,’ zegt ze. ‘Maar hij kan ook heel goed rekenen.’

Na de prijsuitreiking moet ik nog een keer voorlezen, maar de meeste kinderen zijn dan al naar huis.
Zo’n vijftien boeken heb ik verkocht, net zo veel als collega Tjibbe Veldkamp.
‘Niet veel,’ zegt hij. ‘Maar het is toch geweldig als een kind op de kraam afloopt en al vanaf een afstandje zegt: dát boek wil ik en dat dat dan een boek van jou is!’

Pagina's