oktober 2016

Kinderboekenweek 2016: Klein publiek

Vrijdag 22 september was ik samen met Annette een uurlang te gast bij Hylco Span van het radioprogramma Volgspot.  Halverwege de uitzending vroeg hij of ik niet weer het theater in wilde. Ik antwoordde voorzichtig : ‘Ja, daar denk ik weleens over na, om op te treden in kleine zaaltjes, voor klein publiek met een intiem programma met verhalen en gedichten.’
Afgelopen donderdag kwam ik in de buurt toen ik in kinderboekwinkel De Giraf in Dordrecht ruim een uur voorlas voor een aandachtig publiek van zo’n twintig volwassenen. Dus wie weet:  Binnenkort bij het theater bij u in de buurt.

De dag erop was heel andere koek dan biscuits, toen las ik voor aan drie groepen van de openbare Dalton basisschool Pieterskerkhof in de binnenstad van Utrecht, een witte school  met  goedgebekte kinderen met namen als Merel, Bente en Mats. Moeilijk publiek vind ik, gewend als ze zijn om zelf aan het woord te zijn, alsof de wereld om hen draait en niet om de zon.  Maar uiteindelijk ging het goed, zeker bij groep 5 en 6. Helaas was de eerste groep die ik bezocht, groep 4, niet voorbereid.  De juf had het te druk gehad, zei ze me, al was dat, gaf ze toe, geen excuus. Ik vroeg haar waarmee ze het zo druk had gehad. Met de Kinderboekenweek was haar antwoord.
Daar was ik de afgelopen twee weken ook druk mee geweest, met wisselend succes.
Het meest opvallend aan de opa- en oma-editie van de Kinderboekenweek: op geen enkele school en in geen enkele bibliotheek bij binnenkomst ben ik getrakteerd op Voor altijd jong, het titellied van de nieuwste cd Kinderen voor Kinderen.
Godzijdank.

Kinderboekenweek 2016, Twee dagen Hoogeveen

De driedaagse van Hoogeveen is teruggebracht tot twee dagen. Donderdag kan ik thuisblijven. De leerkrachten van groep 3-4 van de Evangelische basisschool De Fontein hebben zich na lezing van een aantal van mijn boeken afgemeld voor een bezoek aan mij in de bibliotheek. Ze lieten weten veel van Jezus te houden en ‘erg alert te zijn op invloeden die niet bij Zijn Koninkrijk horen.’  De school meldde zich ook af voor De Vuurtoren, een voorstelling naar mijn gelijknamige prentenboek, gespeeld door theatergroep De Jonge Honden uit Wijhe.  Zou het zijn omdat in mijn verhaal de vrouw van Jonas in verwachting is voor ze elkaar in de kerk hun jawoord hebben gegeven? Of dat ze de opvoeding van hun kind overlaten aan zijn oma, zodat zij op wereldreis kunnen?

Dinsdag ontvang ik drie groepen. Met de kinderen van  groep 4-5 van De Eerste Hoogeveense Montesorri-school is aantal ouders meegekomen, voor het vervoer van en naar school.  Jullie blijven er toch wel bij, vraag ik volkomen overbodig. De aanwezigheid van ouders heeft beslist een meerwaarde.  Het wordt een heerlijke eerste lezing die goed is voorbereid.
Dat geldt ook voor het tweede bezoek, groep 3 van De Carrousel, een school voor speciaal onderwijs. Aanvankelijk zou ook groep 4 meekomen, maar die zijn op school gebleven. De kinderen van De Carrousel hebben allemaal een gebruiksaanwijzing en het leek de leerkrachten beter de club klein te houden.
Zeggen de kinderen van gewone basisscholen na een geslaagd bezoek dat je de béste schrijver van de wereld ben, deze kinderen vinden me de líefste schrijver. Een subtiel verschil.
De dag eindigt helaas in mineur. De derde en laatste groep, groep 4-5 van openbare basissischool  ’t Kienholt, is onvoorbereid naar de bibliotheek gekomen. Op de valreep heeft de juf Bij ons in het circus voorgelezen. En ze heeft met de kinderen vragen gemaakt, vragen die het heb-je-huisdieren-niveau begrijpelijkerwijs niet ontstijgen. Ze hebben immers niks van me gelezen. Als alle kinderen hun vraag hebben gesteld, wil de juf ook wat vragen: Heeft u hobby’s?
 En toen moest ik een beetje huilen.

De dag erop heb ik het onderweg in de trein licht zien worden om op tijd in Hoogeveen te zijn.  Ik ben zelfs iets te vroeg.  De bibliotheek is nog niet open en ik bel aan bij de dienstingang. De vrouw die me opendoet vraagt: u komt zeker niet voor de inburgeringscursus?  
Om twaalf uur zit ik weer in de trein naar Utrecht terug, en heb ik aan drie uitstekend voorbereide  groepen De soldaat en het meisje voorgelezen uit Kak! zei de ezel, Kleine kikker gezongen, het Turkse liedje uit De liedjesatlas, en alle vragen van de kinderen beantwoord. Natuurlijk vroegen ook zij of ik hobby’s heb, maar ze wilden ook weten waar ik mijn inspiratie vandaan haal.

Kinderboekenweek 2016: Buitenveldert

Matz heet hij, hij is het enige kind dat met zijn moeder naar de Amsterdamse boekhandel  van Dennis en Debbie Stirler in Buitenveldert is gekomen, en hij kwam niet eens speciaal voor ons. Hij kwam het T-shirt ophalen dat hij gisteren in de winkel onder leiding van  Henriette Boerendans had bedrukt.
Hij krijgt een privé-voorstelling, Annette tekent, Humptie Dumptie, De kromme man van Krommenie, Drie bijdehandjes (met wantjes) en  Kleine kikker. Ik lees voor en zing liedjes uit De liedjesatlas. Na de eerste twee regels van Humptie Dumptie merkt Matz op: Hé, dat rijmt. Dat kan hij ook, op elk woord noemt hij een bij voorkeur zelfverzonnen rijmwoord: baap rijm op aap en baalf op twaalf, net zo makkelijk.  

Ik ken  Dennis en Debbie Stirler van zeven jaar geleden, van juli 2009, toen ik drie dagen schrijver ‘in residence’ was in de strandbibliotheek  van Noordwijk. Hun dochter luisterde elke dag weer naar mijn verhalen en deed fanatiek mee aan de schrijfopdrachten. Vandaag is ze er niet, ze is en helemaal into Justin Bieber. Tja, dan kan ik wel inpakken.

Als Matz met een tekening van Humptie Dumptie de winkel verlaat, praten we nog wat na over de treurige opkomst van precies één kind. Het ligt niet aan Debbie en Dennis, ze hebben genoeg reclame gemaakt. Misschien is de tijd geweest dat kinderen in grote getale op dergelijke bijeenkomsten afkomen.
Gisteren was ik in de Utrechtse Schouwburg waar Hans Hagen en Jacques Vriens voorlazen, toch niet de minsten. Ook zij moesten het doen met anderhalf kind en paardenkop.

Het regent als Annette en ik aan het eind van de middag naar de metro lopen. Er komt een vliegtuig griezelig laag overvliegen en onwillekeurig hoor ik de stem van Frans Halsema:

't Is zondagmiddag, eindeloos
In blokkendoos na blokkendoos
Zeggen ze er komt regen
De twee gaan schuilen in een portiek
Voor regen, leegte en publiek
Er gaat een licht aan hier en daar
Zondag half vijf, het glas staat klaar
Er worden zakjes friet gehaald
Laag over Buitenveldert daalt
Huilend een DC-9 

Kinderboekenweek 2016: Een feest

Ik neem het terug wat ik in mijn vorige blog schreef:  kinderen kunnen wél tien minuten achter elkaar geconcentreerd luisteren, tenminste als ze uit Venray komen en op basisschool De Keg zitten.  Wat een feest om deze kinderen een uur lang over mijn werk te vertellen. Ze zijn dan ook goed voorbereid. Ze hebben mijn website bezocht, vragen gemaakt die alleen gaan over schrijven in het algemeen en mijn boeken in het bijzonder, ze hebben in tweetallen een flink aantal van mijn boeken gelezen,  van De koning gaat uit varen, een Gouden Boekje, tot Lucas in de sneeuw.
Een school als De Keg, een Jenaplanschool, gun je elk kind, naast het reguliere programma krijgen kinderen die dat willen en daaraan toe zijn Spaanse les of bridgen, en als het even kan worden de kinderen mee naar buiten genomen, naar het bos om hutten te bouwen.

Het laatste uur verkas ik van Venray naar Sevenum, naar basisschool De Horizon. De aandacht van de kinderen van deze school doet niet onder voor die van De Keg. En dat voor het laatste lesuur van de week.  Mijn humeur kan niet meer stuk, zeker niet als ik ook nog eens van bibliothecaris Yvonne, die me naar station Horst brengt een compliment krijg. Behalve dat ik bij het voorlezen en vertellen rust  uitstraal, zegt ze, beperk ik me ook tot de inhoud en ga ik niet uit angst dat alleen vertellen en voorlezen saai wordt, als een leuke oom, of als een kijk-mij-eens-gek-doen-mens, een toneelstukje opvoeren. Daar kan ik het weekend mee in. 

Kinderboekenweek 2016: Bolke de Beer

Er begint zich langzaam een vast progamma te ontwikkelen. Ik vertel over mijn oudste boek, Mooi Meegenomen, en over mijn nieuwste boek, Kak! zei de ezel, waaruit ik meestal dezelfde versjes voorleees: Kak! zei de ezel,  Simpel Zieltje, De hond van de weduwe Kwast en Drie bijziende Belgen. Voor ik tot slot over ga tot het beantwoorden van vragen, zing ik een enkel liedje, Leve het nijlpaard! of Mijn vader is een leugenaar.  Als toetje lees ik Cadeautje voor, een gedicht van collega-schrijver Erik van Os:

Cadeautje

Mijn opa is morgen jarig.
Ik maak een mooi cadeautje:
een tekening van oma
van oma
in haar blootje.

Het is afkomstig uit het tijdschrift DICHTER. Gedichten voor kinderen van 6 tot 106, aflevering 1. Het is een uitgave van Plint, bekend van de poëzieposters, die een groot aantal dichters heeft gevraagd een bijdrage te leveren rond het motto van de Kinderboekenweek Voor altijd jong.

Vandaag deed ik mijn programma voor drie groepen 5 in Den Haag, in bibliotheek Waldeck, in de wijk Loosduinen, op een steenworp afstand van mijn geboortehuis. De eerste twee uur zijn voor Openbare basisschool Bohemen Kijkduin. Ik verbaas me erover hoe kort kinderen van nu zich kunnen concentreren. Door het minste geringste zijn ze afgeleid. Ik moet echt alle zeilen bijzetten om de aandacht vast te houden. Het lijkt alsof kinderen niet meer gewend zijn langer dan een tien minuten achter elkaar naar iemand te luisteren. Wat zegt dat over hun leesgedrag? Hoe lang houden ze het vol om onafgebroken een verhaal te lezen, zonder dat ze kunnen wegzappen?

De laatste groep is groep 5 van Het Lichtbaken, een katholieke school die is voortgekomen uit de Sint-Petrussschool, de lagere school (alleen voor jongens) waar ik eeuwen geleden heb leren lezen en schrijven.
Van één van de kinderen hoorde ik het mooiste verhaal van de dag, ze moest het kwijt toen ik vertelde over Mooi Meegenomen, waarin de hoofdpersoon op ziekenbezoek gaat bij zijn oma en haar de geluksschelp teruggeeft die ze eerder aan hem had gegeven.
Een meisje stak haar vinger op. Haar oma, zei ze, had heel erg verdriet wat er was iets naars gebeurd in de familie: ‘Ik ben naar de kringloop gegaan en heb een beer gekocht, want mijn oma houdt van Bolke de Beer, ik heb de beer een stropdas omgedaan en hem aan mijn oma gegeven.’

Kinderboekenweek 2016: Oude bekenden

Er staat nog precies één OV-fiets op Den Haag Centraal. Die is voor mij. Ik zoef met de wind in de rug naar de Koos Meindertsschool. Ik ben ruim op tijd en drink voor ik de eerste groep bezoek eerst een kop thee in de gemeenschappelijke ruimte.  Aan de muur hangen verhalen van de kinderen opgeprikt, ik lees titels als: Een veulen voor Kim, Goalen Scheiden.
Twee groepen 3 bezoek ik, elk een half uur. Ik vertel in beide groepen over mijn oudste boek Mooi meegenomen en over mijn jongste boek  Kak! zei de ezel.
Ik lees het titelgedicht, twee keer. De tweede keer mogen de kinderen de stokregel, Kak! zei de ezel, hardop meebrullen. Ik had veel meer voorbereid, maar de kinderen kunnen geen genoeg krijgen van de versjes. Hoe gekker, hoe mooier, zoals het versje over Simpel Zieltje die op het Leidseplein op zwijnenjacht gaat. Hoe dom kun je zijn, vinden de kinderen: Daar zijn toch geen zwijnen. Waar dan wel? vraag ik. Een meisje weet het antwoord: In het wilde en het westen.
Ik keur het goed.

Na een uur zit ik weer op de fiets, nog niet op weg naar mijn volgende afspraak, kinderboekwinkel Alice in wonderland.  Ik wil eerst de zee zien en fiets naar Kijkduin, in de hoop dat de pokémongekte voorbij is. Nog niet helemaal, maar het is niet meer zo achterlijk druk met pokémonjagers als een poosje terug.
Ik heb de zee gezien en geluncht in Klein Seinpost, waar ik lang geleden met Liesbeth ten Houten, van toen nog uitgeverij Leopold, poffertjes heb gegeten, om te vieren dat hert eerste verhaal over Keizer was verschenen Keizer en de verhalenvader, bijna 15 jaar geleden.  We worden wel ouder, maar niet jonger, zou Gerard Reve zeggen.

Om drie uur neem ik plaats in de voorleesstoel van Alice in wonderland, en wordt mijn blik getrokken naar de eerste oude bekende in het publiek. mevrouw van der Beek, de moeder van Fred, een schoolvriend van de pedagogische academie.  Ze heeft een taxi genomen, speciaal om mij te zien en te horen. 87 jaar is en voor altijd jong.  De schoolvriend zelf is niet gekomen, die woont met vrouw en kinderen in Qatar. Volgend jaar komt ie terug naar Nederland, vertelt zijn moeder:  ‘Als ik het zolang maar volhoudt.’
Ze is niet de enige bekende in het publiek. Joke, een studievriendin uit Leiden, is er ook, met haar man Bert. Ze hebben vandaag de kleinkinderen en ook zij zijn speciaal voor mij naar de kinderboekwinkel gekomen.
Ik voel me vereerd, zeker als aan het eind van mijn praatje Jan Selman zich meldt, de vorige eigenaar van Alice in wonderland, samen met Dieuwke Bakker. Zij liet zich verontschuldigen. 
Missen ze de winkel? 
Nee, zegt Jan. Maar hij is wel blij dat hij en Dieuwke in Yvon en Stef twee enthousiaste opvolgers hebben gevonden.

Op de terugweg in de trein, lees ik Oorlog en vriendschap, het Kinderboekenweekgeschenk geschreven door good old Dolf Verroen. Dolf, ik mag Dolf zeggen, was in het voorjaar een van onze gasten op een eetlezing in ons atelier. Het verhaal was net geschreven en hij las tussen de gangen door de eerste hoofdstukken voor.
Ik vond het toen prachtig en ik vind het nu prachtig. Oorlog en vriendschap is een  mooi, klein en toch groot verhaal over liefde in tijden van oorlog.
En nog gratis ook!   

Kinderboekenweek 2016: Lach- en traan en korrelzoutboeken

Ik heb eigenlijk geen tijd voor de Kinderboekenweek, denk ik in de trein op weg naar Venray. Ik zit midden in de afrondende fase van Naar het noorden, mijn eerste boek bij Hoogland & Van Klaveren. Het boek is weliswaar geschreven, maar er moeten nog wel puntjes op de i en streepjes door de t worden gezet. Het lijkt onbelangrijk, maar het verschil zit hem in het detail.

Basisschool De Hommel is de eerste school die ik bezoek, twee groepen 7 zitten klaar in de aula, een open ruimte met een hoop omgevingslawaai, van langslopende kinderen, overblijfmoeders en een conciërge die in een kast achter mij een trap te voorschijn haalt en even later ook weer terugzet. Ik heb moeite me te concentreren, evenals de kinderen, die ook nog eens niet zijn voorbereid op mijn bezoek. Ik verzoen me met de gedachte dat het vanaf nu alleen maar beter kan worden en dat klopt. De tweede klas  die ik bezoek is op basisschool De Bottel, in Lottum, een ontdek-je-plekje dorp in Noord-Limburg, waar om het jaar een groots rozenfestival wordt georganiseerd. Leesconsulent Sandra stuurt haar auto onder de roosloze rozenboog  aan het begin van het dorp en brengt me naar de school. Op het plein wordt mijn komst door een paar kinderen al opgemerkt. ‘Dag Koos Meinderts!’
Wat voor soort boeken schrijf ik het liefst, wil een jongen weten aan het eind van een heerlijk bezoek. Lach- en traan- en korrelzoutboeken, is mijn antwoord. Wat ik  het afgelopen uur heb gedaan, leg ik uit. Ik heb onzinversjes uit Kak! zei de ezel voorgelezen en ik heb ze de primeur gegund van de eerste hoofdstukken van Naar het noorden, een verhaal dat zich afspeelt in de Hongerwinter.

De Kameleon in Grubbenvorst is de derde en laatste school die ik vandaag bezoek. Groep 7, een levendig stel kinderen, wil niet dat ik ophoud met voorlezen uit Kak! zei de ezel. ‘Meer, meer, meer!’ scanderen ze en ze krijgen meer, maar niet alleen Kak! Ook hen lees ik voor uit Naar het noorden. Niet zo’n lang fragment als aan de klas in Lottum. Het is het eind van de middag,  de kinderen beginnen moe te worden. Ze moeten naar buiten.

’s Avonds krijg ik mijn zoon op bezoek, volgende week wordt hij dertig, maar hij wil nog steeds worden voorgelezen. Het staartje van Naar het noorden heeft hij nog te goed. Ik lees, hij luistert en als ik na een uurtje de slotzin (‘Ik kom, zeg ik. ‘Ik kom.’) uitspreek en mijn laptop dichtklap, is het even stil. Dan zegt hij: Mooi.
De eerste recensie is binnen, nog voor verschijnen.