oktober 2018

Kinderboekenweek 2018: Slot

Met een zo nu en dan anarchistisch -chaotisch komt dichter in de buurt- optreden met Peer de Graaf en Thijs Borsten in de Keizaal van bibliotheek Eemhuis in Amersfoort, sloot ik  de Kinderboekenweek 2018 af.
Zes keer trok ik met wisselend succes erop uit om voor te lezen uit en te vertellen over Eigen Werk, van Den Haag tot Harderwijk , ik kocht drie kinderboeken, Jawlensky- Haar ogen van Bette Westera en Sylvia Weve, Tegenwoordig heet iedereen sorry van Bart Moeyaert en Vosje van Edward van de Vendel, maar vooral van Marije Tolman, ik had recht op drie keer het kinderboekenweekgeschenk, maar één keer vond ik wel genoeg, en ik twitterde vanmorgen:  In tegenstelling tot hardnekkige geruchten is het NIET verboden om ook na de Kinderboekenweek   een kinder- of jeugdboek (voor) te lezen!
Tussenstand: 39 likes, 20 retweets en 1 opmerking.

Woensdag 2 oktober 2019 begint alweer de volgende Kinderboekenweek. Het speculeren wie dan het kinderboekenweekgeschenk gaat schrijven en wat het thema wordt, kan beginnen.  
Thema dit jaar was het enigszins uitgekauwde thema Vriendjes, het jaar daarvoor Griezelen, ook niet bepaald origineel.
Wat dacht de CPNB van De blauwe spijker of Zilver schrijven?
Te abstract?
Doe dan als thema: Boeken, motto Er staat niet waterstaat.

Kinderboekenweek 2018: Glimprol

Ik had donderdag naar Winsum gemoeten, maar de avond ervoor kreeg ik een mailtje: Het spijt me ontzettend, maar ik moet de bijeenkomst voor morgen afzeggen. Er was iets misgegaan in de communicatie met de scholen, zodat ik onverwacht een dagje vrij had.
Kon ik als puber met gemak een gat in de middag slapen, tegenwoordig ben ik elke ochtend al om half zeven wakker, het maakt niet uit hoe laat het de vorige avond is geworden.
Een zee van tijd strekte zich voor mij uit. Wat zou ik er eens mee gaan doen nu ik niet hoefde voor te lezen uit Eigen Werk.
Eerst mijn ongeopende mail maar eens bekijken en beantwoorden.
Hans Hagen vraagt toestemming Als ik lees op te nemen in de poëzierubriek in het Parool (ja!), uitgeverij Die Keure wil Verdriet is drie sokken en Weten opnemen in een nieuwe taalmethode (mag), poppentheater Fatsnerran uit Weesp wil een kerstvoorstelling van Angelino en de drie koningen maken (leuk!), Hogeschool voor de Kunsten Artez nodigt me uit een serie lessen te geven aan tweedejaars studenten Creative writing   (sorry, geen tijd), Stichting Hearts for Arts heeft twee vrijkaartjes voor me van de voorstelling Er was eens een koningin…machtig en groot, gebaseerd op Ballade van de  Dood (dank, maar ik kan niet) en iemand die liever onbekend wenst te blijven, gebiedt mij binnen 72 uur 1000 euro over te maken op zijn (of haar?)  bitcoin adres.
Hij, ik ga er voor het gemak maar vanuit dat het een hij is,  heeft mijn PC gehackt en een video gemaakt waarop te zien is hoe ik mezelf op de linkerhelft van het scherm bevredig, terwijl op de rechterhelft een pornofilm wordt vertoond: Met een druk op de knop kan ik deze video doorsturen naar alle contactpersonen van je email en sociale media. (…) Aangifte doen heeft geen zin.
Even overweeg ik de afzender te bedanken voor zijn mailtje: ‘Had even gewaarschuwd dat je een video van me ging maken, dan was ik naar de kapper gegaan.’
Toch maar op verwijderen gedrukt, waarna het tijd was om naar Amsterdam te gaan, naar café Los op het Rembrandtplein, voor de aftrapborrel (nooit kickoff zeggen) van De club van lelijke kinderen, de film. Over ruim een week beginnen ze met draaien. En of ik een glimprol wil spelen (nooit cameo zeggen). Wat dacht ik van taxichauffeur?
Mij best, als ik maar niet echt hoeft te rijden. Anders moet ik zelf de stunts verzorgen. Ik heb geen rijbewijs en heb, lang geleden alweer, desondanks een keertje auto gereden. Drie auto’s in de puinpoeier (nooit total loss zeggen).

Kinderboekenweek 2018: Wie ben ik?

Zo kan het dus ook, dacht ik toen ik een bezoek bracht aan De Springplank, christelijke school voor speciaal onderwijs in Harderwijk. Een groot banier bij de ingang van de school liet weten dat het Kinderboekenweek was, meteen achter de voordeur liep je onder een pergola van herfstbladeren met hartjes de school binnen. Op de hartjes hadden kinderen geschreven met wie en waarom ze vriendjes zijn, en waar je keek in de open ruimte achter de deur stonden en lagen stapels kinderboeken. En lang niet alleen mutsen en losers.

Twee groepen bezocht ik, en dat was bijna overbodig, de kinderen wisten alles van me, dat ik gedichten schreef, liedjes en verhalen. Dat mijn vrouw de tekeningen maakte, dat ik vijfenzestig was en vorig jaar de Gouden Griffel had gewonnen. Ze hadden tekeningen gemaakt en opgehangen boven een boekentafel met een selectie van mijn boeken, ze hadden vragen voorbereid en… niet onbelangrijk ze hadden gelezen, veel gelezen.
Elke dag beginnen we met een half uurtje lezen,’ vertelde een van de juffen me later. ‘Het hele jaar door.

Wat een verschil met gisteren, maar is De Springplank nu een uitzondering  of regel of had ik gisteren gewoon een keertje pech in Purmerend?
Aan de reacties op mijn stukje op Facebook zou je denken dat een onvoorbereide groep met een onverschillige leerkracht ervoor schering en inslag is: herkenbaar, heel herkenbaar en al te herkenbaar, lieten collegaschrijvers weten.
Wieke van Oord schreef: Vorige week zei de juf tegen mij: 'Wie ben jij? O, ik had de kinderen verteld dat Janneke Schotveld kwam.  
En Marte Jongbloed kwam op school waar haar gezegd werd: We hebben de leerlingen nog niets verteld, hoor. Het is allemaal een verrassing.
De leukste reactie op mijn stukje kwam van Hans Hagen: Vanmiddag vroeg ik aan een klas: Wie was ik ook al weer?
Het is woensdag, 10 oktober, dag 8 van de Kinderboekenweek, ik ben Koos Meinderts, vandaag hoef ik niet naar een school, het is 9 uur, over een uurtje ga ik een potje tennissen.  Maar eerste taart eten met onze zoon Thijs, onze eigen Gouden Griffel, bijna 32 jaar geleden geboren in de Kinderboekenweek. Zondag is hij pas echt jarig maar dan is hij in Portland, Amerika.

Kinderboekenweek 2018: Teleurstellend

In groep 4 van basisschool De Nieuwe Wereld in Purmerend vraagt een jongen op driekwart van mijn bezoek aan zijn klas: Hoe heet u eigenlijk?  Dat heeft de juf vast verteld, antwoord ik.
Niet dus. Ik had pas sinds heel kort gehoord dat u zou komen, zei ze. De ouderraad had het allemaal geregeld, dat zei ze ook nog. Ze bloosde er niet eens bij.
Bij terugkomst stuurde ik de school een mailtje: ‘De lunch was goed, de thee was lekker (…), maar de voorbereiding op mijn bezoek was minimaal. Als jullie in het vervolg weer een schrijver uitnodigen, zorg er dan voor dat het bezoek lang van te voren bekend is bij de leerkrachten en dring erop aan dat het bezoek goed wordt voorbereid. Dan levert een schrijversbezoek zoveel meer op.’  
Ik kreeg bijna meteen antwoord, waarin ik bedankt werd voor de feedback: ‘Jammer dat de voorbereiding wat tegenviel en daardoor het bezoek misschien minder vruchtbaar. Ik zal jouw feedback zeker doorgeven aan de leerkrachten.’
Ik mag hopen dat mijn feedback, ik noem het liever kritiek, aankomt, maar dik kans dat het met een schouderophalen wordt afgedaan. Het ging toch goed in de klas?
Inderdaad, het ging goed, maar dat was niet de schuld van de dienstdoende juffen. Mijn automatische piloot van dienst klaarde dankzij jaren lange ervaring de klus.
De juffen  lieten het bezoek aan hun klas maar gebeuren, met uitzondering van de juf van groep 3, de klas waar ik de dag op de Nieuwe Wereld begon. Zij was vanaf het begin betrokken bij mijn bezoek, en dat scheelt een slok op een borrel.
Een borrel had ik wel nodig na een helaas teleurstellend dagje Kinderboekenweek.
Moedig voorwaarts.

Kinderboekenweek 2018: Pipi Langkous

De Kinderboekenweek is een paar dagen oud en begon voor mij op dinsdag met een lezing voor de eerstejaars Pabostudenten van de Haagse Hogeschool. Ook de dagen erna was ik Den Haag, op woensdag op de Koos Meindertsschool en de dag erop in Het Paradijs, de zoldertheater van de Koninklijke Schouwburg.

De Koos Meindertsschool bestaat inmiddels vijf jaar, reden voor een jubileumlied. Woensdag was de primeur. Twee juffen hieven op de wijze van Leuk is raar van Klein Orkest het lied aan, op het schoolplein, in aanwezigheid voor alle leerlingen en hun ouders en opa’s en oma's:

Groot en klein, we zijn er voor elkaar,
Mees en juf,  altijd staan ze klaar.
Groot en klein, we feesten met elkaar
Zing het uit:  Koos Meindertsschool 5 jaar!

Bij het laatste couplet voelde ik me lichtelijk opgelaten:

Een schilder of een schrijver,
Dat word ik hier op school.
Want we hebben allemaal
Koos Meinderts als idool

Probeer dan nog maar eens ten overstaan van de verzamelde Koos Meindertsgemeente gewoon uit je ogen te kijken.
Na de community-singing heb ik twee gedichten voor gedragen, waarna ik de groepen 3 en 7 heb bezocht.
Een van de kinderen wilde weten of ik dit jaar weer de Gouden Griffel had gewonnen. Ik moest haar teleurstellen, maar vertelde met enige trots dat dit jaar de Gouden Griffel voor de derde achtereenvolgende keer naar een stadgenoot van mij is gegaan: Annet Schaap voor haar prachtige boek Lampje. Ik had haar de avond ervoor op het Kinderboekenbal als een van de eerste gefeliciteerd: Hij is binnen, Annet! De griffel is in de Domstad gebleven: Utrecht, city of childrensliterature!
Een docent van de Pabo vroeg me afgelopen dinsdag of ik als de vorige winnaar misschien de Gouden Griffel aan de nieuwe winnaar moest uitreiken. Niet dus, maar ik vind het eigenlijk wel een goed idee en geef het hierbij door als tip aan Eveline Aendekerk, de nieuwe directeurvan de CPNB  die op het Kinderboekenbal rondliep verkleed als Pipi Langkous. Zou ze vooraf om kledingadvies gevraagd hebben aan haar voorganger, Eppo met de lange achternaam?
Donderdag was ik ook in Den Haag, maar niet voor de Kinderboekenweek, ik had een dag de beschikking over Het Paradijs om te repeteren voor zondag als ik een besloten try-out  geef van Een zee aan verhalen. In november volgt nog een tweede try-out en dan wordt er gekeken of mijn theateravontuur word voortgezet.
Het was begonnen als geintje, afgelopen mei. Ik was bij Harrie Jekkers, op Ibiza, waar we gewerkt hebben aan Achter de duinen, zijn solovoorstelling op de zondagmiddag in de Grote Zaal van de Koninklijke Schouwburg. Het werken aan zijn solo ging voorspoedig, waarna ik min of meer voorde grap zei: Zo en dan gaan we nu een familievoorstelling schrijven. Dat kon ik best alleen, vond Harrie, en hij vond ook dat ik die in mij eentje moest doen: ‘dan speel jij ’s morgens voor de kinderen en ik ’s middags voor de volwassenen.’
Ik legde het plan (en de uitgeschreven voorstelling: gedichten, verhalen en praatjes losjes rond het thema de zee) voor aan de programmeurs van de schouwburg, en die wilden het wel met mij proberen.
Zondag 7 oktober is het zover, dan stap ik na de openingsmuziek het podium op, en begin ik aan Een zee van verhalen, onder het motto van Pipi Langkous: ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.
Vrijdag heb ik stiekem een paar dingen uit de voorstelling uitgeprobeerd, in de Keizaal van bibliotheek Eemland in Amersfoort.  
Drie keer moest ik aan de bak, twee keer voor een grote groep kinderen van SBO Michaël, en een keer voor een kleine groep kinderen van BS Sint Joris. Als het zondag net zo ontspannen gaat als in de bibliotheek in Amersfoort, dan wordt het heel gezellig in Het Paradijs, en ben ik er door geen engel uit weg te jagen.