september 2019

Apotheek

Dit waren de geluiden van Schiermonnikoog: ’s morgens het kraaien van dichtbije en verre hanen, de hele dag door het gakken van overvliegende ganzen en op de grond het krokken van fazanten, een geluid dat nog het meeste weg heeft van het open- of dichtdoen van een roestig tuinhekje.
En dan was er ook nog het opgewekte naar elkaar roepen en krijsen van zwermen lawaaipapagaaien, kinderen op schoolkamp.
Een van de kinderen had zich losgemaakt uit de zwerm en was neer gestreken in cadeauwinkel ’t Wente, waar ze de verkoper vroeg naar een apotheek.
Die was te vinden bij de dokterspost, zei de verkoper, maar was inmiddels gesloten.
‘Wat ben je nodig?’ vroeg hij op zijn Schiers.
‘Nou, we zijn op kamp, en we mogen iets kopen voor onze ouders, maar het hoeft niet per se een souvenir te zijn.’
Ze fladderde de winkel uit en sloot zich weer aan bij haar zwerm.
Een raadsel wat ze voor haar ouders mee had willen nemen van Schiermonnikoog.

Notenmix van Schier

Aan de Middenstreek, hoek Koosjepaid,  bevindt zich de enige boekhandel van Schiermonnikoog:  Kolstein, lifestyle en boeken. Vanaf 11 uur zijn daar ook de ochtendkranten te koop.
Kolstein heeft één boek van mij in voorraad: De vuurtoren, met sticker: speelt zich af op Schier.
Bijzonder, De vuurtoren is van 2006, lang voor ik twee weken geleden voor het eerste voet aan wal zette op Schiermonnikoog.

Aan het eind van de straat is De Spar, de enige supermarkt op het eiland. Bij de kassa zijn de nootjes in de aanbieding, en niet zomaar nootjes, heel speciale nootjes: notenmix van Schier.
Hoewel speciaal: Op Terschelling kun je ze ook krijgen, maar dan staat er op de zak: Terschellinger notenmix.
Bovendien, voor de nootjes had ik gewoon in Utrecht kunnen blijven. Daar heten ze Domstad notenmix, ze liggen bij supermarkt Boons aan de Ganzenmarkt.
 
Ik ben toch een keer eerder op Schier geweest, bedenk ik me nu. Op papier. Eva, een van de twee hoofdpersonen van mijn boek Lang zal ze leven, verkoopt er als vakantiebaantje snoep en ijs op de camping.
Op de terugweg met de boot laat ik haar denken: Ik kijk naar de brede baan schuimend water achter de veerboot, een droeve bocht op zee, alsof ik er zo overheen kan wandelen, terug naar Schiermonnikoog.

Lang zal ze leven
ligt niet bij boekhandel Kolstein, dat dan weer niet.

Schier

Ik had het rustiger verwacht op Schiermonnikoog, minder mensen. De schoolvakanties zijn immers voorbij. De man van de fietsenverhuur zei het ook ongewoon druk te vinden. De boot had verschillende grote gezelschappen meegebracht om hier een bruiloft of vrijgezellenfeest te vieren.
Ik ben hier om te schrijven aan Mist, mijn nieuwe boek, dat zich afspeelt op een eiland van vissers en boeren, een plek van lucht en leegte, niet te vergelijken met Schier, zoals ik Schiermonnikoog voortaan mag noemen.
Gisteren was Maarten ’t Hart hier ook, althans zijn stem. Hij was op de radio en vertelde over zijn boek De nachtstemmer. Toen hij aan het boek begon wist hij niet hoe het verhaal zou eindigen. Vaak weet hij dat wel: ‘Meestal is het het beste om het laatste hoofdstuk het eerste te schrijven en dan naar het laatste hoofdstuk toe te schrijven.’
Het laatste hoofdstuk van Mist is nog niet geschreven, maar ik heb wel een beeld voor ogen, Jacob, de hoofdpersoon van mijn boek, staat op de voorplecht van de veerboot, wegvarend van het eiland, met zijn rug naar het verleden en zijn gezicht naar de toekomst. De komende drie weken op Schier moet ik hem daar zien te krijgen. Ik ben benieuwd.

Tekening: Zicht op de dijk, Annette Fienieg