januari 2020

BRIEF Dit was de week (39)

Waarin ik van vriend C. die aan het verhuizen is een nooit geplaatste ingezonden brief kreeg: Kwam ik tegen bij het opruimen, iets voor je archief?
De brief betrof de recensie van De club van lelijke kinderen in de Volkskrant van 12 januari 1988. De  toenmalige recensent liet geen spaan heel van mijn boek: Politieke boodschap zeer ongeloofwaardig verpakt, en dat was alleen nog maar de kop van het artikel.
Dat liet C. niet over zijn kant gaan, hij nam het op voor mij en mijn boek.  De recensie, schreef hij neigt naar valse voorlichting
Zoals gezegd werd zijn brief niet geplaatst: Uiteraard respecteren wij uw mening. Het heeft echter weinig zin een dergelijke discussie in onze kolommen uit te vechten.
Rindert Kromhout heette de recensent van toen. Met Rindert en mij is het helemaal goed gekomen, met De club van lelijke kinderen ook. Vorig jaar verscheen de veertiende druk.

Waarin ik 67 werd en daarmee tien jaar ouder ben dan mijn vader is geworden. Zevenveertig jaar is hij nu al dood, ik herinner me inmiddels zijn stem niet meer op één woord na: sterft! Dat zei hij als hij zich vergooide met klaverjassen, iets wat hem zelden overkwam.
Van mijn geboorte herinner ik me ook niks meer. Ik was een moeilijke bevalling, liet mijn moeder uit haar mond optekenen voor Zien wat van gisteren overbleef, een boekje over haar leven ter gelegenheid van haar 75ste verjaardag: Tien pond woog hij. Ik was zo beroerd, ik dacht: Als ik nu doodga, vind ik het best. (…) Toen hij was geboren was mijn moeder bij me. Die zat in doodsangst dat ik de pijpenla uit zou gaan.
Ze overleefde het en kreeg daarna nog drie kinderen.

BRIEVEN Dit was de week (38)

Waarin ik van mijn broer de eerste brief van dit jaar mocht ontvangen. Jarenlang correspondeerden we met elkaar tot er langzaam de klad in kwam. We schreven elkaar nauwelijks fysieke brieven meer, we belden en mailden. Tot twee jaar geleden. Toen stuurde mijn broer Brieven van belang op, met het verzoek onze correspondentie weer op te nemen, en dat hebben we gedaan.  
Hij schrijft zijn brieven met de hand, ik ook, meestal in een café, waarna ik de brief thuis overtyp en uitprint, in een envelop stop en voldoende gefrankeerd op de bus doe.
Onlangs raakte ik tijdens het schrijven van een brief aan mijn broer in café H. in gesprek met een meisje dat later een jongen bleek te zijn. Hij behoorde net als ik tot een verpletterende minderheid, ook hij schreef nog brieven, die hij overigens niet altijd verstuurde. We wisselden adressen uit en beloofden elkaar te schrijven. Hij zou als eerste mij een brief sturen.
Het is een maand geleden nu, ik heb nog geen brief van hem ontvangen. Zou het een van die brieven zijn die hij wel schrijft, maar niet opstuurt? En wat zou erin staan.
Toch eens naar vragen. Per brief.

Waarin ik in boekhandel B. overvallen werd door opruimingsschaamte. Volkomen onterecht, want ik ben vaste klant van de winkel. Toch voelde ik me, gretig rommelend in de doos ‘opruiming’, een lijkenpikker, iemand die wacht met het aanschaffen van een boek tot het is afgeprijsd. De schaamte bleek toch niet zo groot; ik verliet de boekhandel met Dagboek 1977-1978 van Frieda Vogels (van 34,99 naar 12,50) en In zee gaat niets verloren van L.H.Wiener (van 22,99 naar 7,50). Bijna 30 euro bespaard, kan ik mooi een boek voor kopen (of twee in de volgende opruiming.)

GEEN SPROOKJE: Dit was de week (37)

Waarin ik midden in de nacht wakker werd met een wijsje in mijn hoofd: Dat is het lekkere van Albert Heyn. Ik kreeg het zinnetje niet uit mijn hoofd en heb de rest van de nacht wakker gelegen.

Waarin ik in de trein van Utrecht naar Arnhem Prins Peper van de Congolese schrijver Alain Mabanckou heb uitgelezen en vervolgens in de coupé heb achtergelaten. Niet omdat ik het boek niet mooi vond, maar juist omdát ik het boek mooi vond en het een nieuwe lezer gunde, beter dan het met de rug naar me toe een plek in mijn boekkast te geven.

Waarin Aart Staartjes jammerlijk overleed, een paar dagen na te zijn aangereden in zijn brommobiel. Het had een scene uit Sesamstraat moeten zijn, dan zou hij als Meneer Aart van het asfalt zijn opgestaan en mopperend het stof van zijn kleren hebben geklopt.
Helaas, het leven is dan wel een verhaal maar niet altijd een sprookje.   

LEEG: Dit was de week (36)

Waarin het nieuwe jaar voor me lag, leeg als een A-viertje. Nog even niet schrijven. Niets doen, wachten wat er opdoemt uit de mist.

Waarin de weegschaal me liet zien dat er in een week tijd twee kilo Koos bij is gekomen. Applaus! Ik hou van mij, van mij kan er niet genoeg zijn.

Waarin ik de eerste twee boeken van het jaar heb gelezen: Het hemelse gerecht van Renate Dorrestein en Het geheim van Anna Enquist, beide tweedehands gekocht bij Aukje Schol. Aukje is de dochter van Teunis Schol, bij leven Boekenboer van Terschelling en verzamelaar van lezende beeldjes. Een gedeelte staat nu in de vitrinekast in ons atelier in Utrecht. Aukje wilde eraf, stofnesten zijn het. Maar lezende stofnesten.