Dodenschip

Twee keer in het jaar, één keer in de herfst en één keer in de lente, organiseer ik samen met Annette Fienieg –zij kan goed koken, ik kan goed eten- in ons atelier een zogenaamde eetlezing, waarbij we vier of vijf schrijvers uitnodigen aan tafel en die in ruil voor een overvloedige maaltijd elkaar tussen de gangen door voorlezen,  te beginnen met een gedicht, gevolgd door een favoriet fragment uit Eigen Werk en ten slotte een passage uit Werk in Uitvoering, een verhaal waaraan nog wordt gewerkt.
Eeuwigfijne avonden waarop zelden een stilte valt, behalve na het voorlezen van een bloedmooi gedicht of een schitterend verhaalfragment. 
De meeste eetlezers kennen we, maar soms ook niet, het belangrijkste criterium om door ons te worden uitgenodigd is dat wij hun werk mooi vinden.
Inmiddels hebben we, verdeeld over zeven eetlezingen, tweeëndertig schrijvers aan tafel gehad, waarvan een aantal als dank ons bij hen te eten heeft uitgenodigd.
Vorige week zaten we na een heerlijke lunch bij Tiramisu aan de thee en appeltaart, thuis bij Imme Dros en Harrie Geelen.
Hun huis, een vrijstaand huis uit het begin van de vorige eeuw, past als een huid om hen heen en is volgestouwd met boeken en schilderijen, met name werk  van Harrie, beschilderde panelen en uit hout gefiguurzaagde engelen, acrobaten en mythologische figuren.
Mijn oog viel op een modelschip met foto’s van dierbare overledenen. ‘Het dodenschip van Charon,’ zei Imme.
Even daarvoor spraken we over Veronica Hazelhoff, vriendin van Imme en Harrie, alweer bijna tien jaar niet meer onder ons. Veronica woonde in Groenekan, op fietsafstand van Utrecht en zo nu en dan ging ik bij haar op de koffie en praatten we over ons werk of luisterden we naar de American recordings  van Johnny Cash.
Wie schrijft die blijft. Zou het echt? Uiteindelijk verdwijnt alles in de kuil van het grote vergeten. Imme zei er niet mee te zitten:  ‘Het is geschreven, wat er daarna met mijn boeken gebeurt, interesseert me niet.’
Weer terug, thuis in Utrecht, hoorde ik op de radio van de dood van de dichter Menno Wigman. Charon zal hem met zijn schip tegen betaling van een obool over de Rivier der Vergetelheid naar Hades brengen.
Wie schrijft die blijft? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik op de volgende eetlezing de spits afbijt met het voorlezen van een onvergetelijk mooi gedicht van Menno Wigman, misschien wel Eindpunt, dat begint met de regel: In bed. De tijd waait weg

Vorige schrijfblok:  De nationale voorleesdagen: Janken   |   Volgende schrijfblok:  Keppeltjes

Geef een reactie