LUL Dit was de week (48)

waarin ik bij Opium op 4 via een corona-veilige verbinding geïnterviewd werd over Mist, mijn jongste roman. Interviewster van dienst was Annemieke Bosman die gaandeweg het gesprek Jacob, de hoofdpersoon van mijn verhaal, een lul noemde. Ik vrees dat ik Jacob niet afdoende heb verdedigd. Jacob, een eilandjongen met vertewee, doet dan wel lullige dingen, maar is daarmee nog geen lul. Hij voelt zich gekooid op het eiland, zijn vader is overleden, zijn ex-vriendin zwanger en hij wordt op zijn nek gezeten door een bemoeizuchtige oom in wiens ogen hij geen goed kan doen. Geen wonder dat hij uit wil breken en af en toe met geweld tegen de tralies opvliegt.
Zoiets had ik bij Opium op 4 willen zeggen. Helaas, ik maakte de opmerking Jacob is een lul, af met een grap door te zeggen dat ik weliswaar Koos heet, maar voluit Jacobus, Jacob dus. Hoe autobiografisch wil je het hebben?
Later die week belde de postbode aan. Hij had het gesprek op de radio gehoord, of hij een exemplaar van Mist bij me kon kopen. Met handtekening.

nike

Vorige schrijfblok:  DE SNEEUWBUI: Dit was de week (47)    |   Volgende schrijfblok:  HET WOORD VAN GOD Dit was de week (49)