ZEBEDEUS- Dit was de week (32)

Waarin ik een bijzondere brief ontving van een lezer met als aanhef: Geachte, vast en zeker ook wel eens Vervelende en misschien zo nu en dan Nare, maar toch wel Lieve Koos Meinderts.  
Ik herkende er meteen Zebedeus de Beer in. Op (bijna) dezelfde manier richtte hij zich in  De wonderlijke wereldreis van Zebedeus de Beer (Ploegsma, 1993) tot de Onbekende Bewoner van het laatste huis aan het Einde van de Wereld.
De brief aan mij was afkomstig van iemand die twee jaar geleden voor zijn mondeling eindexamen Nederlands op de middelbare school mijn boek over Zebedeus bovenaan zijn leeslijst had gezet, gevolgd door ‘veel voor de hand liggende klassiekers: van Multatuli tot Marsman, en langs Bordewijk naar Verhulst.’
Het examen duurde een kwartier, dat gelijkelijk verdeeld moest worden tussen proza en poëzie en andere genres: ‘Natuurlijk verliep het bij mij anders. Ik oreerde namelijk vastbesloten over de didactische en pedagogische schatkist die verborgen zat in de lange zoektocht van een zonderlinge beer (…).
Zijn docente had Zebedeus op zijn aandringen ook  gelezen. Het was een leuk kinderboek, vond ze, ‘niet veel meer dan dat’ en gaf haar leerling een 6,2.
De inmiddels 19-jarige student Sterrenkunde had mijn boek op de basisschool al gelezen en wilde mij nu jaren na dato 'bedanken voor zijn kennismaking met  'de leukste filosoof van allen,  die in mijn boekenkast vlak voor de ‘N’ van ‘Nietzsche’ staat: ‘Koos Meinderts’  Zebbie, de onbenullige.(…) Zebedeus is voor mij het definitieve fictieve personage, die overstroomt van nieuwsgierigheid, levenslust en vriendelijkheid.. Ik kan zelf geen andere karaktertrekken bedenken die beter zijn voor een jongetje van acht om mee op te groeien.’

Vorige schrijfblok:  Dit was de week (31)   |   Volgende schrijfblok:  Eindeloos pogen- Dit was de week (33)

Geef een reactie