Voorproefje

De man met de zeegroene ogen, Hoogland & Van Klaveren 2019

Op de grens van water en land woonde eens een man met zeegroene ogen die langgeleden was aangespoeld op het strand, waar hij van drijfhout een prachtig huis had gebouwd. 
Hij leefde van de wind en van wat de golven hem gaven. Nu eens een stuk touw, dan weer een schoen of een slipper, een reddingsboei, een tros bananen, een emmer of een kokosnoot.

Elke avond voor hij ging slapen keek hij vanuit zijn hangmat door een gat in het dak naar de sterren en luisterde hij naar het krijsen van de meeuwen, het fluiten van de wind en het zingen van de zee. 

De man met de zeegroene ogen zou er nog altijd hebben gewoond als er niet op een dag een fles was aangespoeld, met een landkaart waarop stond: Zoek de schat.

Een schat, wat moest hij met een schat? Hij had alles al. Hij legde de landkaart opzij en kroop in zijn hangmat om net als alle andere dagen door het gat in het dak naar de sterren te kijken, tot hij in slaap viel. 

Midden in de nacht schrok de man met de zeegroene ogen wakker van een fluisterend zinnetje, dat als een treintje onafgebroken rondjes reed in zijn hoofd. Zoek de schat … zoek de schat … zoek de schat ….

Uit: De man met de zeegroene ogen 
Tekst: Koos Meinderts
Illustraties: Sanne te Loo
Hoogland & Van Klaveren, september 2019